Eens toen ik leefde in het hart van een appelboom, hoorde ik een zaadje zeggen: "Op zekere dag zal ik een boom worden, en de wind zal zingen in mijn takken, de zon zal dansen op mijn bladeren, en ik zal sterk en schoon zijn in alle jaargetijden."
Daarop sprak een ander zaadje: "Toen ik zo jong was als jij, koesterde ik ook van die verwachtingen; maar nu ik de dingen wegen en meten kan, weet ik dat mijn hoop ijdel is."
En een derde zaadje sprak eveneens: "Ik zie niets in ons, dat een belofte van zo'n grote toekomst inhoudt."
Een vierde zei: "Maar welk een bespotting zou ons leven zijn zonder een grootser toekomst!"
Een vijfde viel in: "Waarom zouden wij spreken over wat wij zullen worden, wanneer wij niet eens weten wat wij zijn?"
Maar de zesde antwoordde: "Wat wij ook zijn, wij zullen steeds zo blijven".

uit De Dwaas van Kahlil Gibran

En daar voeg ik graag aan toe:
Als de appeltjes weer hangen aan de bomen, dan zal alles anders zijn.

titel: Onder de appelboom

kunstenaar: Hieke Meppelink

materiaal: brons

oplage: 1 van 8

jaar: 2020

Reageer op dit bericht